Kenniscentrum voor zorg, markt en (semi)overheid.

p/a Ossenzijlstraat 13
8304 GE Emmeloord
Tel. (+31) (0)527-612676

...voor onafhankelijk en deskundig advies......

Secretariaat
p/a Oosterom 19
8303 KL Emmeloord
(+31) (0) 527-616546







info@nopcare.nl

Voorw. Prof. Dr. Smalhout

Zelden was het schrijven van een voorwoord bij een boek moeilijker dan bij de uitgave van dit werk dat de geschiedenis beschrijft van het Dokter J.H. Jansenziekenhuis te Emmeloord. Die moeilijkheid wordt veroorzaakt door twee factoren.  

In de eerste plaats gaat het over de uiterst droevige ondergang van een klein ziekenhuis dat met veel idealisme, hard werken en een grote dosis roeping van alle medewerkers, tot stand was gekomen. De frustratie van al die enthousiaste artsen, verpleegkundigen en bestuurders van het Dokter J.H. Jansenziekenhuis is, tussen de regels door, pijnlijk voelbaar op iedere pagina. Het doet denken aan een klassiek Grieks drama, waar het onontkoombare vreselijke einde, reeds lang tevoren voelbaar is. Het drama van het Dokter Jansenziekenhuis te Emmeloord staat model voor het lot van vele kleinschalige zorginstituten in Nederland, die vaak al jaren moeten vechten voor hun voortbestaan. Veelal tevergeefs.  

In de tweede plaats is de uiterst nauwgezette geschiedschrijving gevuld met veel namen van managementorganisaties, directeuren, bestuurders, toezichthouders,  ministers, supervisors, adviseurs, interim-managers, inspecteurs en talloze andere belanghebbenden. Dat alles vraagt van de lezer veel concentratievermogen. 

Evenwel heeft de schrijver Huib van der Wal kans gezien om uit die zee van feiten, getallen en gebeurtenissen een duidelijk verhaal te destilleren. Hij heeft dat gedaan met de nauwkeurigheid en de grondigheid van een academische dissertatie. Het is dus geen boek geworden dat tot gezellig lezen uitnodigt. Maar het blijkt wél een waardevolle studie te zijn voor leidende functionarissen in de gezondheidszorg. Waardevol, omdat hij duidelijk maakt waardoor alles fout is gelopen en zoveel enthousiaste zorgverleners diep ontgoocheld zijn geraakt. 

In het kort komt het op het volgende neer. In 1936 begon de drooglegging van wat later de Noordoostpolder zou worden. Toen in 1942 die Zuiderzeepolder was drooggemalen, moest het nieuwe land ontgonnen worden. Er werden houten werkkampen voor de polderwerkers gebouwd op de modderige voormalige zeebodem. Toen ontstond er behoefte aan een structurele medische zorg voor al die mensen die woonden en werkten in de eindeloze vlakten van de toen nog kale polder. 

De eerste reguliere artsen ploegden op een motorfiets door de modder om hun patiënten te bezoeken. Een van die pionier(s)artsen was dokter J.H. Jansen. Echter in 1950 verongelukte hij dodelijk met zijn motor. Het eerste permanente polderziekenhuis was een houten barak met bedden in Vollenhove. In 1957 verhuisde deze kleine medische eenheid naar een beter onderkomen in Emmeloord. Het werd een echt ziekenhuis dat ter ere van de medische pioniers de naam kreeg van de zo tragisch om het leven gekomen dokter J.H. Jansen. 

Het werd een succes, omdat ook de inwoners van het min of meer geïsoleerde voormalige eiland Urk van de nieuwe voorziening gebruik gingen maken. Reeds twee jaar na de ingebruikname bedroeg het aantal verpleegdagen ruim 10.000 en het aantal poliklinische bezoeken ruim 9500 per jaar. In 1962 waren die cijfers al verdubbeld. Het dokter J.H. Jansenziekenhuis telde toen 150 bedden en 11 wiegen. De personeelsleden bezaten allen nog de oorspronkelijke pioniersgeest. Het ging primair niet om het verdienen van geld, maar om het gezamenlijk verlenen van goede medische en verpleegkundige zorg. Collegialiteit stond hoog in het vaandel. 

Werktijden werden bepaald door het patiëntenaanbod. Bij grote ongevallen kwam iedereen helpen, onafhankelijk van de dienstlijst. Iedereen, van hoog tot laag werkte met volle inzet voor 'hun' patiënten in 'hun' ziekenhuis. Ook financieel ging het goed. In 1985 was er een jaaromzet van 18 miljoen gulden en een reserve van bijna 2 miljoen. Alle oud-medewerkers verklaren dat het kleine ziekenhuis soms leek op een soort familiebedrijf. Niemand keek op een uurtje. De collegialiteit was ongekend. 

In 1983 werd een ander ziekenhuis geopend in Lelystad. Het heette het "Zuiderzeeziekenhuis" doch dat kwam al spoedig in moeilijkheden. Het had een te lage bezetting en maakte te hoge kosten. Dat ziekenhuis fuseerde met het ziekenhuis in Emmeloord. 

In vrij korte tijd gingen steeds meer organisaties en organisatoren zich met de beide ziekenhuizen bemoeien. Een bijna eindeloze rij van managers, wethouders, adviseurs, directeuren, voorzitters, rapporteurs, Kamerleden, commissarissen en adviesbureaus stortten zich op het probleem van wat men de "IJsselmeerziekenhuizen" ging noemen. Alle rampen die een ontketend management kan veroorzaken, teisterden de beide ziekenhuizen. 

Uiteindelijk kwam het er op neer dat het kleine maar idealistische Dokter J.H. Jansenziekenhuis grotendeels werd ontmanteld en ontdaan van zijn financiële reserves. Uit beide ziekenhuizen liep het personeel in groten getale weg. De intensive care afdeling van het Emmeloordse ziekenhuis werd opgeheven, hetgeen een enorme ontevredenheid bij verpleegkundigen en artsen veroorzaakte. In het jaar 2000 telde het Dokter Jansenziekenhuis nog meer dan 500 medewerkers. Enkele jaren later waren dit er nog maar 150. 

Er werd een nieuwe voorzitter benoemd, een zekere Harry Borghouts die fulltime commissaris van de Koningin was voor de provincie Noord-Holland en daarnaast nog vele nevenfuncties uitoefende. Al die voorzitters, directeuren en managers werden financieel zeer ruim beloond. Maar het ziekenhuis in Emmeloord ging ten gronde.

Iedere ervaren arts en verpleegkundige weet dat kleinere eenheden over het algemeen beter functioneren dan megalomane organisaties. Toch streven bijna alle managers nog steeds de funeste dogma's na van de jaren tachtig: namelijk fusies en schaalvergroting. 

Het grote probleem is dat de meeste managers geen benul van gezondheidszorg en zeker niet van ziekenhuizen hebben. Ze spreken nooit met 'de werkvloer' en zijn daar ook nooit te zien. Op deze wijze vernielen ze de sfeer, de motivatie en het ideaal van de echte werkers in de gezondheidszorg. Zo trekken zij alleen maar artsen aan die met de waan van de dag meegaan. Die zijn veelal slechts geïnteresseerd in een ruim inkomen en voldoende vrije tijd. Aan de woorden 'roeping' of 'ideaal' hebben ze geen boodschap. 

Wie precies wil weten hoe je een klein doch uitstekend functionerend ziekenhuis kapot kan krijgen en honderden zorgverleners kan desillusioneren, moet het boek van Huib van der Wal zorgvuldig lezen. Zonder emotie en met wetenschappelijke precisie heeft hij de psychopathologische kern van het management bloot gelegd. Het is hartverscheurend hoe een klein maar dapper ziekenhuis dat in 1957 vanuit de klei van de Zuiderzeepolder is opgebouwd, ruim vijftig jaar later onder een laag managementmodder te gronde gaat. 

Het is een waarschuwing tegen alle arrogante regelaars die zich manager noemen en die van de door hen aangetaste ziekenhuizen alleen maar de bestuurskamer kennen. 

Prof. Dr. B. Smalhout, anaesthesioloog

April 2011